Sint in Kloosterburen

Een verhaal van een van de hulpsinterklazen:

Al een paar jaar bezoek ik de lagere school Mandegoud in Kloosterburen.
Het is voor ieder jaar weer een groot feest, voor de kinderen, maar ook voor mijzelf en mijn pieten.
Je bent overal welkom en kunt gewoon alles doen. Heel vaak loop ik – , als ik even een bezoekje ergens breng – ook even naar de voordeur van mensen waarvan kleine kinderen achter de ramen zitten en mij als Sint hebben gezien. Een vriendelijk woordje en een handje pepernoten doen dan wonderen!
Dat betekent wel, dat je altijd moet zorgen dat je ruimschoots genoeg snoepgoed bij je hebt! Je kunt voordelig pepernoten en schuimpjes inkopen bij de Lidl of Aldi. (Wees er wel vroeg bij).
Een aantal jaren terug moest ik overdag aan de Westersingel zijn bij de A-weg. Het A-plein was toen nog een parkeerterrein. We zetten de auto er neer en ik zou met mijn Pieten naar de Westersingel lopen.
“Sinterklááááás” riepen de kinderen luid. Van alle kanten kwamen ze aangelopen. Dat werd handjes schudden! Over het stukje van een kleine honderd meter heb ik toen zowat een half uur gedaan…. Een paar kussenslopen snoepgoed armer, maar een fantastisch voldaan gevoel rijker, begonnen we aan het feestje op de Westersingel.
Naast de school heb ik de kinderen van Dorpsbelangen Kleine Huisjes (’s zaterdags) en Kruisweg (‘swoensdags). Vaste prik.
Ook ga ik naar kinderen van vrienden en bekenden. Als ik weet dat kinderen ziek zijn, ga ik er ook heen. Dat geldt ook voor mensen die in bijzondere omstandigheden zitten.
Waar ik ook kom, ik vraag er geen geld voor, want dat vind ik niet in overeenstemming met de sinterklaasgedachte. Omdat mensen vaak toch iets terug willen doen als blijk van waardering mogen ze wel een klein cadeautje teruggeven, b.v. flesje wijn of zoiets.
Van tevoren wil ik graag iets weten over de kinderen of mensen die we gaan bezoeken, dus vraag ik om een kort verhaaltje of punten waar ik een verhaal van kan maken.
Die verhaaltjes schrijf ik dan (in kleur) in het grote rode sinterklaasboek (de “rode laptop” laat ik thuis…..).
Die notities worden dan versierd met sinterklaastekeningen om het een vrolijk aanzien te geven.
Het boek is net zo vrolijk als het feest zelf.
Het Sinterklaasfeest is nooit hetzelfde. Vaak spelen de kinderen (want daar doe je het toch voor) zelf de hoofdrol.
Zo kwam ik elk jaar bij een buurvrouw van mijn ouders, een hele lieve oma. Ze hield elk jaar op zaterdagmiddag sinterklaasfeest voor de achterkleinkinderen.
Eén van die achterkleinkinderen, Remco, geloofde heilig in Sinterklaas. Hij maakte ’s morgens altijd de stoel schoon van de Sint. En poetsen dat ie dan deed!!
En als ik dan binnen kwam kreeg ik eerst een kus van hem en steevast: Ik heb uw stoel hééélemaal gepoetst hoor Sinterkaas! En ik inspecteerde de stoel met goedkeurende opmerkingen. Dan groeide hij helemaal, trots dattie was.
Maar hij had ook een klein nichtje. Zij stond met de handen vol pepernoten, net gekregen van Zwarte Piet, voor Sinterklaas, die net klaar was met iedereen handjes te schudden. Zij was de laatste.
Het meisje legde haar pepernoten even op de stoel om Sint een hand te geven. “OOOhooooh, kijk wat je doet, je maakt de hele stoel van Sinterklaas smerig, daar heb ik de hele morgen op staan poetsen!” “Nou èn?” antwoordde het nichtje. Gelukkig kon Sinterklaas de gemoederen sussen door de aandacht naar de cadeaus te verplaatsen.
Diezelfde oma had een paar weken eerder een stroomstoring gehad. Toen kon ze geen kaarsen en geen zaklantaarn vinden.
Eén van de moeders had een grote zaklantaarn gekocht, zodat ze zich een mogelijk volgende keer goed zou kunnen redden. Ze had dus een grote staaflantaarn ingepakt.
Sinterklaas, toch enigszins verrast door de vorm van het kado, gaf het aan oma.
“Dit is een vast bijzonder kado, ik weet niet wat er in zit. En ik denk niet dat datgene wat je nu hoopt er in zit, maar je weet het niet, misschien ook wel, dus maak het maar snel open”.
De kleindochters dachten kennelijk zo’n beetje hetzelfde als Sinterklaas en er werd luid gelachen.
Remco, die zelf intens van dit feest genoot, zat naast mij en zei knipogend tegen mij( blij dat de stemming er ook bij de anderen goed in zat) “wat hebben we een lol niet, Sinterkaas?” Voor hem was het feest helemaal top!.

Zo heb ik allerlei anecdotes. Je vroeg of ik de intocht in Kloosterburen deed. Dat doet Piet Stuive.
In Kruisweg doe ik het af en toe als het mooi weer is.
Pieter Ruiter heeft een klein opdrukkertje dat we van stal halen. Het is een klein, rood-zwart gekleurd bootje. Sint en Piet komen helemaal tot hun recht op zo’n klein bootje. Wij lijken heel groot.
We hangen er wat vlaggen in en grote dozen in sinterklaaspapier en je hebt een pracht tafereel.

Ik ben ook al eens op een paard door Kruisweg gereden. Op een fjordenpaard (een niet al te groot paard), Bobo genaamd. Omdat ik helemaal niet kan paard rijden, wou ik het eerst eens uitproberen. Op een zondagmiddag ging ik naar Agnes en Johan, de eigenaren van het paard. Mantel, mijter en staf mee.
Ging allemaal prima. Van het wild zwaaien met de mantel werd Bobo niet zenuwachtig. Ook de staf en mijter beangstigden het paard niet. Een proefrit lukte zonder problemen.
Nou ik durfde het wel aan.
Die woensdagmiddag was Johan verkleed als een spreekstalmeester, mooi rood pak aan, hoge hoed en bijpassende laarzen. Hij zag er – evenals Sint en Pieten – onberispelijk uit.
Stapvoets gingen we naar het dorpshuis. “Gaat mooi Johan”, zei ik. “Ja Sint”, antwoordde Johan, die zichtbaar in zijn nopjes was. Bobo deed het voortreffelijk.
Bij het dorpshuis werden we al begroet door de kinderen en het feest werd binnen voortgezet.
Na een uur was het sinterklaasfeest weer klaar en ging de Sint weer naar buiten. Bobo stond al klaar. Ik stapte op en stuurde het richting de stal.
“Zullen we nog even een rondje door het dorp maken Sinterklaas? “ vroeg Johan. Het paard was rustig en wat kon er eigenlijk verkeerd gaan?
“Doen we” antwoordde Sint en daar ging het heen. Agnes zou fotos maken. Wij liepen richting Leensterweg.
Bij de kruising aangekomen kwam er een auto aan. Met luid getoeter begroette de chauffeur ons vriendelijk. Dag Sinterklaas!
Dat getoeter vond Bobo niet zo leuk. De oren kwamen achteruit en je voelde hoe bij de 1 pk meer energie vrij kwam.
Daar kwam de volgende automobilist al, die de Sint ook een claxon(sere)nade liet horen. Deze meneer had het autoraam helemaal open, meneer hing al zowat buiten de auto van enthousiasme!
Dag Sinterklaaaaas!
Bobo gaf wat meer gas. Omdat ik vernam dat het looptempo wat opgevoerd werd vroeg ik: “Je houdt hem toch wel , he Johan”?
“Hij vindt dat getoeter niet leuk Sinterklaas”, die kennelijk niet in de gaten had dat de Goedheiligman daar ook niet gerust op was. Bobo was intussen in draf gegaan. Johan kreeg het moeilijker.
Tot overmaat van ramp waaide het ook nog stevig en ineens flapte de snor om. Hij zat half los.
Sint kon niet anders dan de snor met 1 hand vasthouden.
“Hou je hem, Johan?” Johan antwoordde niet. En ik zag hem ook niet meer voor mij. Ineens voelde ik de teugel strak over mijn been. Johan zat achter mij in plaats van er voor. De mijter begon ook al wat te wiebelen, maar ja om met losse handen te rijden……
Bobo kreeg de smaak te pakken, hij ging in galop! Ik voelde de teugel ineens ook niet meer over mijn been. Johan had losgelaten!!!
Daar ging ik in volle snelheid over de Marneweg.
Ik zag een hek openstaan waarachter een tuintje met een heg was. Daarheen dacht ik. “Of hij springt er over (wat ik niet hoopte) òf hij stopt voor de heg”, dacht ik in een flits. Ik wist Bobo naar de bewuste tuin te sturen en even leek het er op of Bobo inderdaad over de heg heen zou springen. Maar hij bedacht zich kennelijk en kwam vlak voor de heg ineens tot stilsstand. Dat gold niet voor de Sint, want die had zoveel voorwaartse snelheid , dat hij over de heg heenzeilde en in het naastgelegen grasveldje terecht kwam. Snor en mijter waren afgegaan. Een attente buurvrouw die in de deuropening stond, hielp Sint gauw naar overeind en begeleidde hem snel naar binnen. Johan en Agnes sprokkelden Sints attributen bij elkaar. Net op tijd, want daar kwamen net de eerste kinderen aan uit het dorpshuis vandaan.
Agnes heeft geen foto kunnen maken., omdat het allemaal zo´n komisch gezicht was. Ze heeft liggen rollebollen van het lachen.